Je weet het zeker: dit jaar gaan we op een self drive safari in Afrika. Weg van de volgepropte busjes met toeristen en lekker zelf het tempo bepalen. Maar hoe gaan we dan daadwerkelijk zelf rijden? Met wat voor soort auto en over welke wegen komen we op de mooiste plekken van Afrika? Hier een aantal praktische tips voor jouw self drive safari.

Type auto – 2×4 vs 4×4

Een self drive safari zonder auto wordt lastig. Het is daarom van belang te weten welke parken je gaat bezoeken. In nagenoeg alle (wild)parken in Zuid-Afrika heb je voldoende aan een robuuste auto met tweewielaandrijving. Dit geldt ook voor Etosha in Namibië. Als het doel is om zoveel mogelijk dieren te zien is het fijn als de auto wat hoger op zijn wielen staat aangezien je dan wat meer van de omgeving kunt zien.

Dit vind je misschien ook leuk Etosha Nationaal Park: in alle luxe

Ga je naar een ander Afrikaans land dan is het het beste om een auto met vierwielaandrijving te huren (of kopen als je langer gaat). De wegen zijn namelijk vaak slechter van kwaliteit waarbij zand, water en rotsen voor de grootste uitdagingen zorgen als je geen vierwielaandrijving hebt. Wij hebben zelf van Zuid-Afrika tot aan Kenia en weer terug door de wildste parken in een Toyota Hilux 4×4 gereden dus je hoeft ook niet direct een fortuin uit te geven aan een Toyota Land Cruiser of een Land Rover.

Wat neem je mee op een self drive safari?

Net als de staat van de wegen in Zuidelijk Afrika zijn de faciliteiten wat meer geciviliseerd. Ga je dus bijvoorbeeld in Kruger slapen dan hoef je niet al teveel zelf mee te nemen qua eten en drinken en kampeerspullen. Er is nagenoeg overal een winkeltje en er zijn tal van huisjes te boeken. Ook zijn er automonteurs die je kunnen helpen bij eventuele pechgevallen.

Dit vind je misschien ook leuk Camping in the south of Kruger National Park

Back to Basic

Ga je naar de andere landen dan is het echt back to basic. Neem daarom voldoende eten en drinken mee (het liefst in een koelkast), je kampeerspullen, kookgerei en meer dan voldoende water. Voor wat betreft water rekenden wij altijd met 3 liter per persoon per dag.

Pech onderweg

Afhankelijk van het park wat je bezoekt is er meer of minder hulp aanwezig. Bij de wat grotere parken met ‘echte’ campsites zoals Mana Pools in Zimbabwe of Chobe in Botswana kom je over het algemeen wat meer mensen tegen, zeker ‘s avonds op de campsite. Het is dan ook makkelijker om hulp van andere mensen te krijgen. Als je echter in Gonarezhou in Zimbabwe of North Luangwe in Zambia bent is het andere koek. Je bent dan echt op jezelf aangewezen. Zorg daarom dat je naast meer dan voldoende eten tenminste de volgende dingen bij je hebt voor de auto:
hi-lift jack om je auto op te kunnen krikken (en tevens nuttig voor tal van andere zaken om je auto weer op de weg te krijgen)
reparatiesetje voor lekke banden zodat je je band niet per se onder de auto vandaan hoeft te halen
– Minimaal 1 reserveband maar het liefst twee. Dit is ook afhankelijk van de tijd die je aaneengesloten in een park doorbrengt.
pomp om je banden weer op te pompen nadat ze lek waren of nadat je ze leeg hebt laten lopen
gereedschapsset om reparaties uit te kunnen voeren
– wat oud vertrouwd duck tape en potje liquid steel om metalen onderdelen weer aan elkaar te kunnen krijgen (wij gebruikten dit om de koelkast te repareren maar het kan ook gebruikt worden voor bijvoorbeeld je uitlaat)
– een EHBO setje zodat je kleine problemen zelf kunt verhelpen

Een laatste tip: genieten!

Als je alle voorzorgsmaatregelen hebt getroffen moet je natuurlijk vooral genieten van de schitterende natuur en de beesten die je wellicht ziet. Om deze nog beter vast te leggen is het handig om bijvoorbeeld een bean bag te kopen. Deze vul je met rijst en leg je over je deur heen. Hierdoor schiet je nog betere foto’s en filmpjes.

Vind je het artikel leuk? Deel het!

 

Geef een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *