De mooie momenten volgen elkaar zo snel op dat het soms lastig is om bij te blijven en alles vast te kunnen leggen. Na het verlaten van North Luangwa reden we dezelfde dag nog richting het Noorden en de grens met Tanzania. In kilometers viel dat wel mee maar door de staat van de weg kwamen we veel te laat, want in het donker, aan op een camping.

Hemels slapen

We werden welkom geheten door de manager en na al het papierwerk klapten we onze tent open en gingen bijna direct naar bed. Helemaal kapot van de hele dag hobbelen en slalommen om de gaten in de asfaltweg hadden ons aardig moe gemaakt. De volgende ochtend waren we weer fris en fruitig en werden we door de manager gevraagd of we het leuk vonden om de activiteiten rondom de camping te bezoeken. Een kleine wandeling is altijd lekker na al dat zitten dus niet veel later liepen we met hem over het terrein.

Al snel bleek dat de camping slechts een klein onderdeel was van alle activiteiten. Het hele gebeuren was een Christelijk opleidingscentrum voor de mensen in de omgeving. Alles wat ze daar deden, of het nou groente verbouwen, een hotelopleiding of leren omgaan met kinderen was, stond in het teken van god. De campsite was de enige manier waarmee ze geld verdienden en dat vloeide weer terug de opleidingen in.

Mogen we het land nog uit?

Nadat we de lokale kerkgemeenschap hadden gesponsord door ons verblijf reden we verder naar de grens met Tanzania. Hoewel we al aardig getraind zijn in grensovergangen is het altijd maar weer afwachten je er treft. Dit keer waren er wederom een dozijn ‘fixers’ die je willen helpen de grens over te steken (terwijl het in principe gewoon een kwestie is van naar de juiste loketten gaan). De fixers waren dit keer zo blij met ons dat ik mijn deur letterlijk tegen hen aan moest gooien omdat ik de auto anders niet uit kon.

Nadat we vriendelijk bedankt hadden voor hun service, wat hun totaal niet uitmaakt want ze blijven meelopen, lieten we ons Carnet stempelen en gingen we richting de Zambiaanse immigratiedienst. Daar aangekomen bleek dat we geen bonnetje hadden gekregen bij aanschaf van ons Zambiaanse visa een paar weken eerder. Dit bleek zo’n groot probleem te zijn dat we weer terug moesten naar de Zambiaanse kant van de grens. Hier mochten we naar een ‘interview ruimte’ waar de ‘manager’ een foto van ons paspoort en stempel maakte en dit via WhatsApp (!) naar de grenspost stuurde waar wij Zambia binnen kwamen. Na anderhalf uur was alles toch goed en mochten we verder. De manager stond ondertussen gewoon een voetbalshirtje te passen die een vriend van hem net gebracht had. Dat ga je bij de Nederlandse douane niet zien.

Tanzaniaanse koffie

Op het moment dat je de grens met Tanzania overgaat is alles anders. Overal tuktuks, betere wegen en heeeeel veel mensen langs de weg. Gelukkig hoefden we nog maar een klein stukje naar onze bestemming, de Utengule Coffee Lodge. Je verwacht het niet als je hier naartoe rijdt maar deze Lodge is echt een klein paradijs. Kamperen is voor hen overigens een bijzaak aangezien we de auto tussen een helikopterplatform en een tennisbaan in mochten zetten.

Dit doet niet af aan de geweldige koffie die ze hier serveren. De koffie uit de Rift Valley schijnt tot de duurste 1% koffie te horen ter wereld. We hebben het niet gecheckt maar hij was wel erg lekker! Tel daarbij op dat ze prima ligbedjes met een matras dikker dan die in onze eigen tent hadden en je kunt je voorstellen dat we weg waren van deze plek. ‘s Avonds heb ik nog gezellig met de kok en wat ander personeel Spanje-Portugal gekeken en toen alle koffie was uitgewerkt was het tijd om het dunne matrasje weer op te zoeken. Wat een mooie dagen!

Geef een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *