Gezien het feit dat mijn optreden als gastschrijver in Namibië goed bevallen is en ik een groot aantal positieve reacties van lezers van deze blog heb gehad (😀😀) heb ik (Leo van den Berg) besloten om het niet bij één keer te laten. Omdat een blog van gebeurtenissen uit Zoetermeer niet echt tot de verbeelding spreekt hebben wij besloten om voor mijn aandeel naar Tanzania af te reizen. We hebben voor afwisseling gekozen door de eerste paar dagen in de oostelijke kuststreek te vertoeven en daarna te kiezen voor het bezoeken van veel hoogtepunten in de natuur en het aandoen van de nodige natuurparken.

James Bond is er niks bij

Vrijdagavond 29 juni landden wij in Dar es Salaam, de grootste (haven) stad in het oosten van Tanzania, direct aan de Indische oceaan. Daar stonden Jolene en Lennart ons al op te wachten en hadden gezorgd voor een taxichauffeur omdat zelf rijden in de avond in deze miljoenenstad uit den bozen is. Maar met een lokale chauffeur en ook nog op “pay-day” is er geen sprake van een rustig ritje. Met overal kraampjes langs de weg, “tuk-tuks”, gigantische kuilen in de weg en enorm veel verkeer waanden we ons in een slechte James Bond film. Uiteindelijk bereikten wij onze eerste overnachtingsplek Mara Courtyard.

Het vissersdorp Bagamoyo

Omdat je Dar es Salaam niet als “place to be” kunt bestempelen gingen we de volgende morgen (snel) op weg naar Bagamoyo een kustplaats ruim 70 kilometer noordelijker. Alle activiteiten stonden die dag in het teken van acclimatiseren: lekker eten, wandelen, de vissershaven met een levendige handel in gevangen vissen bezoeken, eeuwenoude verweerde gebouwen bewonderen en overnachten in een prima B&B. Dat we niet beschikten over warm water was volgens de eigenaar logisch want dat was nooit in deze periode van dit jaar: gewoon te warm!! Helaas bleek later dat deze eigenaar niet de enige met deze opvatting was terwijl wij het het toch echt niet zo warm vonden. Dat betekende dus “Spartaans douchen”.

De Tanzaniaanse politie

De volgende dag zal ons gezien talrijke uitdagingen nog lang bij blijven. Eerst moet worden opgemerkt dat we onze ogen uitkeken tijdens de rit die had moeten eindigen in Pangani (later meer). Langs de snelweg overal kleine dorpjes met veel kleurrijk geklede vriendelijke mensen, veel stalletjes met lokale handel en volop bedrijvigheid. De kreet snelweg moet overigens wel op een bepaalde manier worden geïnterpreteerd: rondom de dorpjes maximaal 50 kilometer met veel verkeersheuvels en tussendoor maximaal 80, dat schiet dus niet op als je forse afstanden moet rijden. De lokale politie volledig in het wit gestoken en zo corrupt als het maar zijn kan, bewaakt via het maken van “fake fotootjes” dat je je aan de regels houdt. Een “goed gesprek” moet vervolgens bewerkstelligen dat de boete geheel of gedeeltelijk wordt kwijtgescholden. Dit heeft eenmaal geleid tot het betalen van een boete van (omgerekend) ca. €2,50 waarmee Lennart (en zijn rijbewijs) wel weer met ons mee mocht. Wel zo gezellig met z’n vieren.

Welkom in Villa Matalai

De volgende uitdaging was gelegen in het feit dat de eigenaar van onze accommodatie in Pangani belde met de mededeling dat door de overvloedige regenval de bereikbaarheid van de accommodatie niet gegarandeerd kon worden. Met alle aanwezige kennis en intelligentie in de auto en gebruikmakend van de moderne hulpmiddelen namen we achteraf het geweldige besluit om uit te wijken naar een andere bestemming te weten Villa Matalai in het kustplaatsje Kwale. Inderdaad een vrij onbekende bestemming, zelfs de navigatieprogramma’s hadden hier grote moeite mee. Net toen we dachten het niet te kunnen vinden en een eerste vorm van (lichte) paniek in de auto uitbrak was de redding nabij. Een vriendelijke “Kwaler” wist ons de weg te wijzen naar de villa van “Mama Sarah”, een paradijs met een imposant uitzicht over de Indische Oceaan.

Onze privéboot

Hoewel we op veel plaatsen vriendelijk zijn ontvangen spande dit de kroon. Direct werd een groot aantal mensen opgetrommeld om ons in deze villa, waar we het rijk alleen hadden, in de watten te leggen. Hoogtepunt van het verblijf was zonder meer een boottocht op de Indische oceaan met de boot van “Mama Sarah” die voor ons een eigen schipper en duiker had geregeld. Na een uur varen kwamen we aan bij een zandbank waar de jongeren onder ons zich uitstekend vermaakten met zwemmen, snorkelen en kajakken en de wat ouderen het hielden bij het lopen op de zandbank. Een rare gewaarwording een soort strand midden in de zee met overal water om je heen. Aan boord kon de dorst gelest worden met diverse (zelfs alcoholische) versnaperingen. Na een uitstekende lunch en een wandeling door Kwale, een heel bijzonder origineel Tanziaans dorp, sloten we de dag af met een spelletje Hartenjagen, waarbij bleek dat Jolene en Lennart de ervaring nog steeds ontberen om het echt spannend te maken, en een geweldig diner. De volgende morgen namen we met enige weemoed afscheid van alle lieve mensen daar en gingen we op weg naar Emau Hill in Amani.