Nu we ook de Rode Colobus apen hadden gezien konden we moe maar voldoen de weg voortzetten naar Dar Es Salaam. Om daar te komen maakten we nog twee tussenstops. De ene in Mikumi bij een camping met een heel fijn zwembad en de andere vlakbij de stad Morogoro. In Morogoro lieten we eerst nog even onze band plakken want het bleek dat we op de snelweg over een dusdanig grote schroef waren gereden dat de band aardig aan het sissen was. De camping aldaar, Simbamwenni genaamd, was uniek. Voor de eerste keer parkeerden we onze auto onder de palmbomen! Dit bleek alvast een goede opwarmer voor het paradijselijke eiland dat Zanzibar heet.

Met de veerboot naar het paradijs

Vanuit Morogoro was het nog een kleine 300 kilometer naar Dar Es Salaam. Door alle dorpjes langs de weg en de enorme hoeveelheid vrachtwagen is de gemiddelde snelheid in Tanzania slechts 50 kilometer per uur en dus deden we er zo’n zes uur over om bij het FPCT te komen. Op deze plek konden we onze auto stallen voordat we met de veerboot richting Zanzibar vertrokken. Na wat zoeken vonden we de plek en een half uurtje later vertrokken we met de taxi naar de veerboot. Hier bleken er alleen nog maar VIP tickets beschikbaar te zijn maar na alle uren in de auto vonden we dat eigenlijk wel lekker!

Stone Town

Twee uur later arriveerden we in het haventje van Stone Town. Het bijzondere aan Stone Town zijn de kleine steegjes en de ouderwetse gebouwen die je doen denk aan lang vervlogen tijden. Ooit was dit een belangrijke handelspost voor Portugezen, Arabieren en Engelsen en dat merk je dan ook aan de stad. Veel cultuur en het feit dat je er eenvoudig doorheen kunt lopen maken het een unieke plek op het Afrikaanse continent. Voor ons was het ook weer heerlijk dat je even uit je auto kunt om ergens naartoe te gaan en dat er tal van restaurants en barretjes zijn om een hapje te eten.

Happy hour aan het strand

Nadat we bij ons Al Minar hotel hadden ingecheckt liepen we richting het strand. Op deze vrijdagavond was de lokale bevolking, net als een aantal toeristen, aan het genieten van het zand en het warme water van de zee. Wij kozen een mooi plekje op het strand bij de Livingstone bar en bestelden we een Caipirinha en een Dawa en genoten we van de zonsondergang. Wat een begin! Wij vervolgden deze avond op het dakterras van het Hilton hotel midden in Stone Town. Dit leverde een prachtig uitzicht op met minstens net zo lekker eten.

Een echte city trip

De volgende ochtend waren we klaar voor een heuse stadswandeling. Het is gewoon een kwestie van dwalen door de steegjes en af en toe een beetje de richting in de gaten houden. Na een stuk gewandeld te hebben kwamen we bij de voormalige slavenmarkt aan. Onze gids daar vertelde ons over dit gruwelijke verleden. Hier waren het de Arabieren die in slaven ‘handelden’ en de praktijken die zij hanteerden waren bizar.

Na dit bezoek liepen we verder in de richting van een echte Afrikaanse markt, dronken we een heerlijke koffie bij het Zanzibar Coffee House (dezelfde koffieboerderij waar we zijn geweest), liepen we langs het voormalig paleis van de sultan en het ‘house of wonders’. Het mooiste was echter gewoon het dwalen door de nauwe steegjes, je keek je ogen uit.

Netjes naar onze luxe strand lodge

In de namiddag hadden we ook nog eens een ‘normale’ kapper gevonden! Na 3 maanden voor mij en 5 maanden voor Jolene was het echt wel tijd voor een fikse knipbeurt. Deze Libanese kapper wist wel raad met al dat haar en zorgde ervoor dat we fatsoenlijk verder kunnen reizen naar het Zanzibar House, onze volgende bestemming. We sloten ons bezoek aan Stone Town af met nog een lekkere cocktail op het strand. De volgende ochtend namen we de taxi naar het Zanzibar House in Matemwe aan de Oostelijke kant van het eiland.

Geef een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *