We hadden de smaak goed te pakken na onze overnachtingen in Khwai Community Camp. Vandaag togen we richting de Zuidelijke gate van Chobe National Park om vervolgens te overnachten in kamp Savuti. Dit bleek nog een aardige uitdaging. Toen we hier de vorige keer waren was het extreem droog en konden we de Savuti Marsh Road nemen. Dit keer moesten we over de ‘Sandridge’ road: diep zand en dat veertig (!) kilometer lang zonder enig teken van dieren. De weg was daarnaast dermate smal dat je bij een tegenligger de auto vol de berm op moest gooien. Eén keer ging dit bijna mis toen een andere auto onze achterkant bijna in tienen wilde rijden…

Op een andere campingplek

MoremiNa veertig kilometer hobbelen en ploeteren door het zand kwamen we dan toch aan bij de eerste waterbronnen en bijbehorende dieren. De weg waren we direct alweer vergeten toen we de olifanten wat bomen omver zagen beuken en zebra’s de weides zagen opeten. Niet veel later kwamen we op onze overnachtingsplek voor die avond aan, de Savuti Camping. We waren redelijk schijterig dat we dezelfde campingplek zouden krijgen als twee jaar geleden aangezien er toen ’s nachts een olifant tegen ons tent aan kwam beuken en besloot het braairek tegen onze auto te smijten. Gelukkig kregen we nu een plekje wat verder weg van de wc’s lag alhoewel dat natuurlijk niets zegt.

Wat een verschil

Hoe groot het verschil is tussen het droge- en regenseizoen was vooral hier goed te zien. Waar we vorige keer bij de ‘Pump Pan’ drinkplek meerdere leeuwen op een gortdroge omgeving zagen liggen, zagen we nu de ‘Pump Pan’ bijna niet meer door de bosjes om de waterplek. Na een mooie avonddrive langs de goedgevulde waterbronnen reden we moe maar voldoen de campingplek op. Net voordat we onze plek bereikten bleek dat er wederom een grote grijze reus op onze plek stond! Dit was echter een lief exemplaar en de olifant bleef lekker eten terwijl wij onze tent open klapten.

De leeuwen van Savuti

We hebben al eerder een artikel geschreven over de leeuwen van Savuti, een groep die als het moet ook olifanten aan kan vallen (!). Op onze ochtenddrive werden wij tijdens ons kopje koffie middenin het park door een ranger gewezen op het feit dat er acht leeuwen lagen bij ‘Jackal Island’. Met de hete koffie in de auto reden we snel richting deze plek om te kijken of ze er nog waren. We hadden geluk, alle acht lagen heerlijk in de schaduw van een boom.

Terug naar Moremi National Park

Nadat we nog een paar schitterende wegen dwars door de Afrikaanse savanne hadden genomen, en daar weet ik niet hoeveel gieren wassend en op een dode boom gezien, was het tijd om terug naar Moremi National Park te rijden. Dit betekende wederom die 40 kilometer zandweg en daarna nog 50 kilometer hobbelen over een weg vol met gaten. Vlak voordat we bij de Khwai North Gate waren moesten we ook nog door de rivier omdat de brug dicht was. Jolene trok haar slippertjes uit en ging met behulp van een spatbord wat in het water lag de river door om te zien hoe diep die was. Niet veel later besloten we dat we er doorheen konden rijden en dat lukte gelukkig.

De laatste kilometers in de Botswaanse Bush

Op de avond die voor ons de laatste in de bush was sliepen we op de Khwai North Gate camping. Hier kregen we bezoek van een hyena tijdens ons diner. Toen we vervolgens niet veel later naar bed wilden gaan kwam er een olifant tot op drie meter van onze tent! We besloten toen maar even in de auto te wachten totdat hij verder liep.

Goed uitgerust trokken we de volgende dag verder naar de uitgang van het park. Op onze zevende dag ging het dan toch mis met de auto. Na de zoveelste hobbel en tak begaf onze linker achterband het. We reden toen al drie uur en hadden nog niemand gezien. Toen we vijf minuten later al onze benodigdheden uit de auto hadden gehaald om de band te verwisselen kwam er toevallig een auto aan. Dit stel uit Duitsland was de Afrikaanse Wilde Honden aan het volgen die blijkbaar net langs ons waren gelopen! Daarnaast bleek Rob een automonteur te zijn in Duitsland, hoeveel geluk kun je hebben?! Binnen 15 minuten zat er een nieuwe band onder en konden we onze weg vervolgen. Een week in de bush blijft één van de mooiste dingen om te doen.

Geef een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *