Vanuit de Caprivi vertrokken we richting de grens met Botswana. We wisten dat deze weg slecht was aangezien we er twee jaar geleden hadden gereden maar hij bleek nog veel slechter geworden. Overal zijn er kuilen in de weg. We moesten af en toe zelfs naast de weg rijden omdat de normale weg niet meer te berijden was. Er staan nog wel borden langs de weg dat je 120 mag, degene die dat voor elkaar krijgt is echt een baas. We hebben het gelukkig gered zonder al te veel kuilen te pakken.

Okavango River Lodge

In Maun sliepen we bij de Okavango River Lodge. Hier zijn we in 2016 ook geweest en dat beviel goed. Het is een simpele camping maar met een zwembad, wifi, bar en restaurant aan de rivier. De hele dag zie je koeien de rivier oversteken en af en toe komt er ook een ezel voorbij. Op de camping woont ook een zwerfhond die door andere Campsite wordt genoemd. ’s Nachts hoorde we geritsel naast onze tent en toen we uit het raampje keken zagen we Campsite lekker in mijn stoel liggen, ach geef hem eens ongelijk. Na een dag rusten van de hobbelweg van de dag daarvoor gingen we op maandagochtend op pad in Maun. We hadden een lijstje vol met wat we allemaal ‘moesten’ doen.

Campingplaatsen in Chobe en Moremi

Als eerste gingen we naar DWNP, daar moesten we de entree betalen voor de twee wildparken in de delta: Chobe en Moremi. In Botswana werkt het zo, je moet eerst de campingplaatsen regelen in het park. Dit is uitbesteed aan particuliere organisaties die de hoofdprijs (100 US dollar per nacht!) vragen voor een stukje land waar je voor 1 nacht op mag staan. Daar moet je eerst mee mailen, bellen of langsgaan. Als je dat eenmaal hebt geregeld, ze mailen vaak niet terug, dan moet je nog entreegeld betalen voor de parken. Dit doe je weer bij DWNP.

De “vriendelijke” dame van de DWNP

Toen we bij DWNP aankwamen zat er een dame achter de met tralies geëquipeerde balie. We lieten haar onze telefoon zien met het bewijs van de campsites voor drie nachten. Ze vroeg direct waarom we dit niet hadden uitgeprint. We legden uit dat we al een paar maanden op reis waren en dat we geen printer bij ons hadden. Oké daar ging ze dan mee akkoord. We moesten een paar keer de route uitleggen dat we eerst naar Savuti gingen voor 2 nachten en daarna 1 nacht in Khwai North Gate slapen. Daarna vroeg de dame of we al eerder waren geweest en hoe we deze telefoon aan hielden zodat we het bewijs konden laten zien aan de receptie van de camping. Geduldig wachtten we af en nadat ze had uitgerekend hoeveel dat dan voor ons gaat kosten kregen we een bewijs van betaling.

Omdat tegenover het gebouw het kantoor van SKL lag, waar we de campings van hadden geboekt, liepen we daar even naar binnen om te vragen of ze ons betalingsbewijs konden uitprinten. We liepen een stacaravan in waar twee mannen achter een bureau zaten. We legden de situatie uit maar werden vervolgens doorgestuurd naar de ‘vriendelijke’ mevrouw van DWNP. Dus we gokten het er maar op met ons digitale versie :).

Khwai Community

De volgende stop op onze lijstje was het kantoor van de Khwai Community. Tussen Chobe en Moremi heb je een stuk land wat in handen is van de Khwai Community. Er zijn geen hekken tussen de twee parken waardoor ook het wild op het land van de Khwai Community loopt. Ook zij hebben twee campings (heel slim). Hier heb je nog minder dan de campingplaatsen in het park namelijk niets, geen douche of toilet. Hier moet je maar liefst 600 pula (52 euro) per nacht voor betalen. We mochten plaatsnemen in een kantoor waar snel even plek werd gemaakt zodat we konden zitten. Er was gelukkig nog plek voor twee nachten op campsite nummer 14.

Op zoek naar krokodillenklemmetjes

Toen gingen we door naar de volgende stop, The Solar Zone. We dachten al een tijd aan een zonnepaneel zodat we helemaal ‘off grid’ kunnen leven. We hadden hier en daar al navraag gedaan maar we hadden tot dan toe alleen maar dure systemen gezien. Lennart had via WhatsApp contact gehad met de eigenaar van The Solar Zone in Maun. Hij had veel kennis en een oplossing inclusief de spullen voor een zonnepaneel.

We werden zorgvuldig geholpen door de eigenaar en we besloten voor een zonnepaneel van 100 watt te gaan. We moesten alleen nog een paar dingetjes kopen zoals een een sigaretten/auto-oplader waar de omvormer ingaat en krokodil klemmetjes of een Anderson plug om aan de batterij te bevestigen. In de eerste winkel vonden we gelukkig auto oplader maar het klemmetje of de plug hadden ze niet. Dus door naar de volgende winkel. Bij zowel de tweede als de derde winkel hadden ze het niet. Dus wij weer terug naar The Solar Zone. Hij legde uit dat dit hier de normaalste zaak van de wereld is. Je hebt een boodschappenlijstje maar daar moet je een aantal winkels voor langs om het allemaal te kunnen halen en aan het einde heb je misschien nog niet alles kunnen kopen. Hij wist nog wel een winkel iets verderop en gelukkig hadden ze daar de klemmetjes.

Binnen één dag een zonnepaneel

Onderhand was het al middag en hadden we aardig trek gekregen. Nadat we de spullen hadden afgeleverd gingen we om de hoek bij de ‘French Connection’ lunchen. Dit is een heerlijk tentje met Marokkaanse invloeden. Hier werden we verwelkomd door de eigenaar die ons gelijk tips mee gaf voor mooie bestemmingen in Zambia. Na de lunch moesten we ook nog boodschappen doen maar ook hier hadden we maar de helft van wat op onze lijstje stond. De rest haalden we de volgende dag dan maar. Voordat we terug naar de camping gingen konden we bij The Solar Zone langskomen en hebben ze de snoeren voor het zonnepaneel geïnstalleerd. Met het zonnepaneel achterin de auto reden we moe maar voldaan naar de camping.

‘Even’ een stukje hout halen

Maun

De laatste dag in Maun moesten we dus nog wat boodschappen doen. Verder moesten we nog iets verzinnen voor het opbergen van ons nieuwe zonnepaneel. Na wat passen en meten besloten we dat de beste plek het dak van de auto was. Het idee was om het paneel in een doek te wikkelen en dan tussen twee houten platen te klemmen.

Met onze ervaringen van de vorige dag wisten we dat een idee maar één helft van het realiseren is. Het andere deel is het vinden van de materialen. De dag ervoor kwamen toevalling langs een ‘Builders World’. Binnen leek het of er een bom was ontploft in de Praxis maar voor een stuk hout verwees een medewerker Lennart naar buiten.

Daar stonden stellages met verschillende bouwmaterialen. Je kon daar vrij op die stellages klimmen en zo hadden we een stuk hardboard gevonden die we goed konden gebruiken. We vroegen aan een medewerker of ze het voor ons op maat konden zagen en dat konden ze. Het hardboard werd naar beneden gedragen en daar konden we de maat van het zonnepaneel aftekenen. Er is hier geen zaagafdeling want de medewerker kwam met een klein bot handzaagje aan. Omdat op de grond zagen niet zo goed ging stelden we voor dat we het beter op iets hogers konden leggen. Daarna ging hij verder met zagen. Lennart aan de ene kant om de plank vast te houden en de medewerker aan de andere kant. Iedereen die langs kwam begon advies te geven en hielp mee. Uiteindelijk stonden ze met vijf man en Lennart het hardboard te zagen. Op zijn Afrikaans is het een heel mooi stukje hout geworden. We waren klaar voor de Botswaanse Bush!

Geef een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *